Plantaardig Noord deel 6: Boom 7 – ilovenoord

Plantaardig Noord deel 6: Boom 7

Plantaardig Noord deel 6: Boom 7

Simon woont al jaren in Amsterdam, in de Jordaan, maar tóch blijft hij buitenmens. Zoals veel Amsterdammers kwam hij ooit van buiten de stad, groeide hij op in het groen. De Jordaan ging hem op een gegeven moment benauwen, al die mensen, de agressie ook. Dus waagde hij de sprong over het IJ en kwam hij terecht onder de reusachtige iepenbomen, achter een park zonder naam aan het begin van de Buiksloterweg. “Niet als Yup hoor,” verontschuldigd hij zich “Mijn huis in de Jordaan werd gerenoveerd, toen kon ik kiezen: een wisselwoning of naar Noord. Noord leek me een stuk aantrekkelijker. Zo… groen. Open.”

Hij maakt zich sterk voor de bomen in Noord. “Toen ik hier net woonde, verbaasde ik me over de verhalen van mijn nieuwe buren. Heftige verhalen, over strijd met de gemeente over sloopplannen en bomenkap. Achter dat slaperige Noord bleek heel wat frustratie schuil te gaan.” Dus begon hij zich te bemoeien met de ontwikkelingen in de buurt. “Wist jij dat er in Amsterdam de laatste jaren een kleine 6000 bomen gekapt zijn vanwege stadsuitbreiding en dat er zo’n 200 zijn terug geplant, dat kán toch niet? We moeten opkomen voor de bomen, echt. Want zij kunnen niet wegvluchten.” Bovendien is een terug geplante boom pas over een jaar of vijftig weer zo groot als de volwassen boom voor wie hij in de plaats is gekomen. Hij laat ter illustratie een paar kleine boompjes zien die de gemeente net heeft geplant en dan gaan we naar boom zeven. Een majestueuze iep, die licht overhelt over het kanaal omdat er al eerder iets is misgegaan. Maar daardoor super kenmerkend. Het nummer heeft de gemeente eraan gegeven, Simon maakte er een geuzennaam van. En prachtig. “Hier, kom hier op het dijkje staan en kijker nou eens naar.” Inderdaad een indrukwekkende boom. Daar passen wel 700 van die kleine boompjes in.

Maar boom zeven moet om, gekapt voor een brug. Dat valt – zo heeft Simon begrepen – niet terug te draaien. “Daarom lijkt het me een goed idee om boom zeven te eren zolang het nog kan. Nu we er nog van kunnen genieten. Je kunt het erover hebben met de gemeente tot je een ons weegt. Ze luisteren ook wel, maar ze doen er niets mee, dat is het vervelende.” Hij laat zien hoe bij boom 7 het weidse gevoel begint. Je komt tussen de huizen uit en bent ineens echt buiten, zo dicht bij de stad. We lopen verder door het parkje achter zijn huis. Een onterecht onopgemerkt park. Hier kan je tamme kastanjes rapen en paddenstoelen zoeken, vijf minuten van Amsterdam Centraal. Een kring van heel diverse bomen geven je de indruk dat je in een open plek in het bos bent aangeland. “Er staan zelfs dezelfde dennen die we vroeger in Schoorl ook hadden, hier!” De sterke geur van een populier in de herfst waait ons tegemoet.
Hoe lang nog? “Er is nu tijdelijk rust, maar ik heb ook al over bouwplannen gehoord. Dan zal je zien dat het omhakken van deze bomen aan de orde komt, wat krijg je ervoor terug? Het duurt minstens tachtig jaar tot je een boom van dit formaat hebt.” Dus zet Simon zich ook in om het park ook een naam te geven, zonder naam besta je niet echt, vreest hij.

Simon doet denken aan de Lorax, een klein mannetje uit het 70-er jaren kinderboek van dr Suess:

“Ik ben de Lorax en ik spreek namens de bomen.”

Dat doet Simon ook. Hij waarschuwt, schrijft een manifest, zet zich in, windt zich op. “Als ik het niet doe, wie wel? Het kost veel tijd en die heb ik nu.” Dat lijkt inmiddels een terugkerend thema bij de plantaardigen van Noord: tijd. De gemeente krijgt een schat aan tijd, betrokkenheid en inzet cadeau, maar ziet het als lastig, of op zijn best vanzelfsprekend. Jammer, want volgens Simon kan je er ook samen uitkomen. “Het is niet wonen òf bomen, zoals sommige mensen lijken te denken. Je moet de bomen als uitgangspunt nemen bij je plannen, dan slinger je er maar een beetje omheen met je brug of fietspad, dat is toch juist heerlijk? Iedereen die ergens komt wonen heeft graag groen om zich heen en met een oude boom heb je meteen véél groen.”

Daar ligt nog een mogelijke kans, Simon wijst naar de overkant van het kanaal. “Boom zeven is één van dertien bomen die om moeten voor de brug plus aansluitend fietspad. Met een kleine slinger in dat fietspad kunnen een aantal bomen volgens mij gered worden.”

Boom 7 heeft inmiddels een eigen website: www.boom7.net, waar je je kan inschrijven voor de nieuwsbrief en de bomenpetitie kunt ondertekenen. Binnenkort krijgt Boom 7 ook een eigen bord en op 2 november, Allerzielen, kan je na zonsondergang de ziel van de boom eren door er een lichtje in een jampotje bij te plaatsen.

“Het is iets,” zegt Simon en kijkt nog even omhoog, de kroon in, nu het nog kan. De lage zon schijnt net op dat moment goudgeel op de takken. Dan glimlacht hij breed: “Zo prachtig!”

Plantaardige mensen die opkomen voor het groen, daar heb je er meer van in Noord. Simon heeft ook mee actie gevoerd tegen het fietspad door het Vliegenbos. Joost Janmaat is voorzitter van het bestuur van de vrienden van het Vliegenbos. Wordt vervolgd …

Nancy Wiltink
Urban Farmer – Tuin aan Zee

wat?